Vilten

Allereerst wat onderscheid:

Je kunt namelijk op verschillende manieren (ver)vilten.

1. Een wollen kledingstuk te heet wassen en het daarna verknippen en naaien tot je gewenste object.

2. Een wollen item (te groot) breien met de bedoeling het te heet te wassen zodat het daarna mooi in model komt. Een valkuil: niet alle wol vilt! let daarop. Superwash wol, maar ook zelfgesponnen Ryeland of Texelaar willen niet zo graag vilten! Oplossing: test het materiaal van te voren met een proeflapje!
Een voorbeeld hiervan vind je hier

3. Droogvilten: met een viltnaald, droge wol en een punchmat. Tegenwoordig ook met een punchmachine! Zie hier een workshop voor droogvilten met de hand.

4. Natvilten met naaldvilt

5. Natvilten met lontwol

6. Natvilten met onbewerkte wol.

7. Nuno-vilten, vilten met wol en een ander materiaal, meestal zijde.

 

Weet iemand nog een manier? Dan hoor ik het graag.

 

Wat heb je nodig bij natvilten?

Wat heb je nodig bij natvilten : Wol, water, zeep en een idee of een voorbeeld.

Wol: Voor beginners raad ik lontwol aan. Dat vilt gegarandeerd, is schoon, gekamd en vrij van stro en dergelijke. Later is het ook leuk om met wol recht van het schaap te werken voor speciale effecten.

Water: Heet is prima en koud kan ook, want de wrijving genereert toch voldoende warmte.

Zeep: Alles kan eigenlijk, maar wat is zacht voor je handen en zacht voor je wol? Marseillezeep bijvoorbeeld, niet duur en als groot blok te koop bij een reformwinkel voor ongeveer 3 euro.

Idee: Een platte lap is ideaal voor beginners, bijvoorbeeld om een kussen van te maken. Wil je geen kussen dan kan die lap altijd nog tot een muts of tas genaaid worden. Denk na over kleuren. Bedenk wel: een vilten lap kan moeilijk te naaien zijn omdat hij te dik kan zijn voor de voet van de naaimachine

Het principe:

Vilt ontstaat door wolvezels samen te persen m.b.v. zeep, water en wrijving.
Wolvezels zijn bedekt met schubben. Als de vezels vochtig en warm worden, gaan de schubben openstaan en die schubben haken bij wrijving in elkaar zodat een samenhangende stof wordt gevormd.

 

 

Bijgewerkt 14 december 2006